Boeken

 door Rob keukens

 

Intuitie in de geneeskunde besprekingIntuïtie in de geneeskunde.

Femkje Jonker & Carline Tacke (red.)

In dit kleine boekje wordt een groot thema beschouwd, namelijk de menselijke intuïtie. Intuïtie is een intrigerende eigenschap die vaak een belangrijke rol speelt in de dagelijkse praktijk van de gezondheidszorg zonder dat mensen nu precies kunnen aangeven wat het is. Om wat meer greep te krijgen op het vluchtige karakter van de intuïtie zijn vijf wetenschappers van naam gevraagd hun overpeinzingen met betrekking tot intuïtie op papier te zetten. Dick Swaab verlicht de lezer over de neurobiologie van de intuïtie. Menselijke gedrag vloeit voor het grootste deel voort uit processen in het brein waarvan we ons niet bewust zijn. Zoals een modern vliegtuig dankzij software in de boordcomputers zijn weg gaat zonder dat de piloot daadwerkelijk hoeft te sturen. Dat onbewuste handelen gaat beter naarmate het brein meer gevoed is met informatie, met andere woorden, het intuïtieve ‘niet pluis gevoel’ van de ervaren verpleegkundige komt pas naar voren nadat deze talloos veel patiënten heeft gezien. Swaab wijst erop dat intuïtieve beslissingen, die overigens niet per sé beter zijn dan de bewust doordachte, ontspruiten aan specifieke delen van de hersenen en wel die delen die betrokken zijn bij autonome regulatie van ons functioneren. Hoogleraar kindergeneeskunde Heymans buigt zich in zijn bijdrage over de vraag of klinisch denken een kunst of een kunde is en als het een kunde is, hoe die dan over te dragen. Intuïtie wordt door hem beschouwd als een razendsnelle recapitulatie van rationele processen, een vorm van patroonherkenning. De medicus of verpleegkundige die als docent wil werken moet zich volgens hem toeleggen op proberen te verklaren op grond waarvan hij tot die patroonherkenning is gekomen. Aldus wordt de intuïtie herleid tot een bewust en didactisch verantwoord denkproces. Het hoofdstuk geschreven door de neuroloog Snoek, die zich ook bezig houdt met de cognitieve ontwikkeling van medisch studenten, gaat over hoe bij artsen de medische denkprocessen verlopen, hoe zij tot hypothesen komen en of er verschil bestaat tussen beginnende en ervaren medici. Ervaren medici maken veel meer gebruik van contextuele informatie en doen, net als goede schakers, aan patroonherkenning in plaats van bewust medische problemen oplossen. Een intrigerend boekje dat zeer relevant is voor het verpleegkundig onderwijs.

Intuïtie in de geneeskunde,  Femkje Jonker & Carline Tacke (red.), Uitgeverij de Tijdstroom, 2011, ISBN 9789058982063, 81 pag., € 15,00.

 

Onder kinderen en alcohol besprekingOnze kinderen en alcohol

Nico van der Lely e.a.

Voorafgaand aan een feestje in de disco drinkt de 16 jarige vwo-scholiere Britt samen met haar vrienden behoorlijk wat alcohol om in de stemming te komen. Het eindigt ermee dat Britt via de politie en ambulance in het ziekenhuis belandt waar ze ruim twee uur ‘knock-out’ is. Haar promillage was 2,1. Het verhaal van Britt is een van de vele in het zeer informatieve boek van de oprichters van de alcoholpoli voor jongeren. Comazuipen is de tragische overtreffende trap van het verontrustende gebruik van alcohol door onze jeugd. Er zijn weinig landen te vinden waar de jeugd meer dan de onze drinkt. Was het fenomeen comazuipen nog niet zo lang geleden zeldzaam, in 2010 werden 684 pubers met een alcoholvergiftiging naar het ziekenhuis gebracht. Ongeveer evenveel jongens als meisjes en evenredig verspreid over VMBO, HAVO en VWO. Het jongste kind ooit was slechts 11 jaar. Het boek is, naar zeggen van de schrijvers, geen vrolijk boek. En inderdaad, de informatie die de revu passeert schetst een somber beeld. Alcoholmisbruik is in Nederland een groot probleem, mede veroorzaakt door onze gedoogcultuur. Landen waarin de overheid stringentere regels toepast (en handhaaft !) en waarin de lobby van alcoholproducenten minder invloed heeft, kennen lagere gebruikscijfers. Een andere partij die een rol speelt zijn de ouders, die zelf ook het nodige gebruiken en die moeite hebben zich in de rol van strenge en rechtvaardige opvoeders te presenteren. Als ze dat wel zouden doen zouden ze een belangrijke bijdrage leveren aan het beteugelen van de drankzucht onder jongeren. Alcohol, schadelijker dan heroine of crack, kan verwoestende gevolgen hebben voor het zich ontwikkelende puberlichaam en zeker ook voor het brein. Zo zakt het IQ van 48% van de meisjes die een alcoholvergiftiging hebben gehad beduidend, soms zelf van VWO naar VMBO-niveau. Aandacht voor bovenmatig alcoholgebruik bij politici, ouders en hulpverleners is van groot belang. Dit boek, met uitgebreide multimodale suggesties voor verdere verdieping, is dan ook een aanrader. Voor verpleegkundigen en helemaal voor verpleegkundigen die zelf kinderen in de puberleeftijd hebben.

Onze kinderen en alcohol, Nico van der Lely e.a., Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2011, ISBN 9789046811092, 317 pag., €19,95.


 

elementaire sociale vaardigheden boekbesprekingElementaire sociale vaardigheden
M. Adriaansen & J. Caris
Deze uitgave is een sterk geactualiseerde en uitgebreide versie van een eerder verschenen werk over sociale vaardigheden voor - met name - studenten gezondheidszorg en welzijn. Door alle aandacht voor methodiek, procedures en protocollen wordt nog al eens vergeten dat de relationele vaardigheden van verpleegkundigen in feite het alpha en omega van de zorg uitmaken. Het verlenen van zorg is immers altijd ingebed in de verhouding tussen patiënt, diens systeem en de verpleegkundige. Adequate zorg vraagt om professionele toepassing van sociale vaardigheden en dat gaat verder dan de misschien toevallig aanwezige natuurlijke talenten op dit vlak. Het didactisch opgezette boek met veel casuïstiek onderscheidt 12 vaardigheden die naar oplopende complexiteit zijn verdeeld over drie basisaspecten te weten observeren, exploreren en reageren. De basale stof wordt op overzichtelijke wijze gepresenteerd maar dat is niet toereikend. Vaardigheden moeten worden toegepast en dat vereist het in praktijkbrengen van de theoretische concepten. Vandaar dat het boek wordt aangevuld met een website met verdiepend filmmateriaal, toetsen, opdrachten en oefeningen zodat er volop geoefend kan worden.
Elementaire sociale vaardigheden, M. Adriaansen & J. Caris, Bohn Stafleu van Loghum Houten, 2011, ISBN 9789031389940; 164 pag., € 39,95

 

Onverklaarbaar bewoond boekbesprekingOnverklaarbaar bewoond
Bert Keizer
Het relaas van filosoof en verpleeghuisarts Bert Keizer over zijn verblijf op de afdeling neurochirurgie van het Amsterdamse VUmc in het kader van het project ‘Schrijver op de Afdeling' is al enige tijd geleden verschenen, maar de onlangs verschenen goedkope (12,50 euro) editie, is reden om dit formidabele boek alsnog onder de aandacht te brengen. De filosofische blik van Keizer, op zoek naar het wezen van de mens, contrasteert voortdurend met de meer prozaïsche opvattingen van de neurochrirugen, die zich vermetel een weg banen in aangetast hersenweefsel en zich daarbij weinig bespiegelingen permitteren over de aard van de mens en diens uniciteit. Ze hebben wel wat anders te doen. De chirurgen van de afdeling hebben een ogenschijnlijk wat afstandelijke, soms cynische houding ten opzichte van al het leed waarmee ze geconfronteerd worden en lijken toch vooral geboeid door de ambachtelijke kant van het werk: de duizelingwekkende technische hoogstandjes en de vaardigheden waarmee tumorweefsel wordt weggesneden of waarmee in een onontwarbare kluwen bloedvaten wordt geopereerd. Filosofische vragen kunnen ze daar niet zo goed bij gebruiken. Misschien ook niet zo vreemd. Al onze verhevenheid, al onze waardigheid, ons vermogen te scheppen en lief te hebben, een enkel bloedstolsel, een klein woekerend gezwel of iets te ruim snijden in het brein en het is gedaan met al die mooie zaken, inclusief ons vermogen ons in filosofische zin te verwonderen over onszelf en ons bewustzijn. Met meededogen, verwondering, fijne ironie, scherpe observaties en leerzame terzijdes toont Keizer het reilen en zeilen van de afdeling, het lijden dat soms nodeloos gerekt wordt alleen omdat het kan, de toewijding van artsen en verpleegkundigen en uiteindelijk het ongemakkelijk weifelen als ‘voorlopige uitkomst van de bizarre onderneming waarin ons brein ons brein bestudeert'. Een prachtig boek.
Onverklaarbaar bewoond, Bert Keizer, Uitgeverij Balans Amsterdam, 2011, ISBN 9789460033209, 269 pag., € 12,50

 

dwarrelende herinneringen boekbesprekingDwarrelende herinneringen
Persoonlijke verhalen over de ziekte van Alzheimer en andere vormen van dementie
Internationale Stichting Alzheimer
Dwarrelende herinneringen is een bundel van 82 persoonlijke bijdragen over dementie. De verzamelde getuigenissen van betrokkenen tonen de invloed die het ‘verliezen van de geest', de letterlijke betekenis van dementie, heeft op de mens en zijn omgeving. Vaak schrijnend. "Waarom heb je me hier weggestopt" vraagt een dementerende man in het verpleeghuis aan zijn vrouw, "ik ben toch aardig?". Of de dochter die zich afvraagt waar haar vader is. Hij zit weliswaar aan tafel maar toch kan ze hem niet vinden. Maar ook getuigend van genegenheid, zorg om elkaar en een enkele keer van aanvaarding. Indringend zijn de korte bijdragen van mensen bij wie de aandoening is vastgesteld en die met angst en beven de toekomst tegemoet zien. De Internationale Stichting Alzheimer Onderzoek (ISAO) is een non-profit organisatie die voorlichting geeft en onderzoek verricht naar de oorzaken van en behandelingsmethoden voor vormen van dementie. Met deze bundel hoopt de stichting meer aandacht te genereren voor het groeiende probleem van de dementie.
Dwarrelende herinneringen: Persoonlijke verhalen over de ziekte van Alzheimer en andere vormen van dementie, Internationale Stichting Alzheimer Onderzoek Maastricht, 2011, ISBN 9789080498204, 157 pag., € 14,90

 

 

Van vergeetpil tot robotpakVan vergeetpil tot robotpak

Jacqueline de Jong e.a. (red.)

Dit interessante boekje gaat over mensverbetering oftewel Human Enhancement. De wens van de mens zichzelf te verbeteren en te verfraaien is van alle tijden. Al sinds mensenheugenis versieren mensen hun uiterlijk met neusbot of mascara, of ze proberen beperkingen of veronderstelde tekorten te overwinnen met gebitsbeugels, gehoorapparaten, Ritalin of spierversterkers. Nieuwe technologische ontwikkelingen openen echter ongedachte mogelijkheden die op het eerste gezicht veel leed kunnen lenigen. De patiënt met een dwarslaesie die wellicht weer zal kunnen lopen, de blinde die weer kan zien. Wie zal daar bezwaar tegen hebben ? De keerzijde is dat er geen grens lijkt aan de lotsverbetering. Ook in principe gezonde mensen willen misschien nog slimmer, mooier, sneller of sterker worden. De vraag naar de grenzen van de individuele zelfverbetering is al vaak gesteld en bediscussieerd. Moeten we alles willen wat kan en scheert de queeste naar de perfecte mens niet langs het thema van de eugenetica? Een minder in het oog springend aspect is onderwerp van dit boek, namelijk de vraag of de overheid collectief dergelijke technieken mag (of moet) inzetten teneinde een veiligere en rechtvaardigere samenleving te verwezenlijken. Daarbij is het niet per sé zo dat het individu erop vooruit gaat, maar wel de gemeenschap als geheel. De brandweerman die voorzien is van een exoskeleton (uitwendig geraamte), waardoor hij sterker wordt en beter tegen hitte bestand is, wordt er als mens niet beter door, maar de samenleving wordt wel veiliger. Of de pedoseksueel die verplicht wordt een op afstand af te lezen apparaat te dragen dat zijn emoties registreert (e-pod).

Aan een keur van professionals, wetenschappers en ethici is deze kwestie voorgelegd. Een belangwekkend thema dat tot voor kort tot het domein van de science fiction leek te behoren, maar dat eerder dan we denken de realiteit van ons dagelijks leven (en onze verpleegkundige professie) zal betreden. Tijd dus (voor de overheid) het debat te stimuleren en te verbreden naar het algemene publiek. Deze publicatie is daartoe een prima aanzet.

Van vergeetpil tot robotpak. Jacqueline de Jong e.a. (red.). Rathenau Instituut Den Haag 2011,  ISBN 9789077364383, 132 pagina's, te downloaden via www.rathenau.nl

 

 

Verpleegkundige zorgresultatenVerpleegkundige zorgresultaten

Sue Moorhead e.a. (red.)

Hoewel de hoogtijdagen van de verpleegkundige methodiek misschien al wat achter ons liggen en er meer sprake lijkt van een vakinhoudelijke oriëntatie, gaan de ontwikkelingen in standaardisering gestaag voort. Getuige daarvan is de tweede herziene versie van de Nursing Outcomes Classification (NOC), een machtige foliant van niet minder dan ruim 1100 pagina's. De van oorsprong Amerikaanse NOC moeten worden beschouwd in samenhang met verpleegkundige diagnoses (NANDA) en de classificatie van verpleegkundige interventies (NIC).

Verpleegkundige zorgresultaten zijn in de formele taal van de methodiek ‘de gunstige dan wel ongunstige veranderingen in de feitelijke of potentiële gezondheidstoestand van personen, groepen of gemeenschappen die kunnen worden toegeschreven aan eerder verleende zorg'. Het draait dus om de feitelijke, niet noodzakelijkerwijs wenselijke, gevolgen van verpleegkundige interventies. Een verpleegkundig zorgresultaat bestaat uit een resultaatlabel, een definitie, indicatoren en een beoordelingsschaal. Met betrouwbare, gevalideerde zorgresultaten kan niet alleen de vooruitgang bij patiënten kan worden vastgesteld, maar zij dienen ook als beleidsinstrument in het bredere kader van kwaliteitsbewaking en onderzoek naar de (evidence based) effecten van (verpleegkundige) zorg. In een uitgebreide inleiding wordt de totstandkoming vanaf 1991 en de toepassing van de NOC besproken. Aan de hand van veelgestelde vragen worden de merites van het classificatiesysteem onder de loep genomen. Het grootste deel van het boek wordt in beslag genomen door de alfabetische beschrijving van de 385 specifieke zorgresultaten, van ADL-toestand tot Zorgbereidheid van de mantelzorgverlener. Daarbij zijn er ten opzichte van de vorige druk 58 nieuwe en 79 herziene zorgresultaten opgenomen.

Een woord van lof tot slot voor de vertalers Hanneke Lustig en Ineke Crezee die dit werk toegankelijk hebben gemaakt voor Nederlandse verpleegkundigen. Het moet een titanenklus geweest zijn.
Verpleegkundige zorgresultaten. Sue Moorhead e.a. (red.). Reed Business Amsterdam 2011, ISBN 9789035232334, 1128 pagina's, € 87,50

 

 

boekbespreking geneeskunde filosofie en de doodFilosofie, geneeskunde en de dood
Eric Ettema & Theo Wobbes (red.)

Filosoof en arts Bert Keijzer schrijft in Geneeskunde mijdt de dood, maar de dood mijdt niets of niemand, zijn bijdrage aan deze mooie bundel teksten, dat geen van de verzorgenden en verpleegkundigen die hij tegenkwam rondom het sterfbed van patiënten interesse had in filosofie, of talenten had zelf te filosoferen. Tegelijkertijd bekent hij dat hij juist van verpleegkundigen en niet van filosofen geleerd heeft hoe zich als arts te gedragen aan het sterfbed. Waar stervenden behoefte aan hebben is goede zorg en als onderdeel daarvan bovenal troost. En voor troost moet je niet bij de filosofie zijn. Misschien heeft Keijzer gelijk en is een boek als dit niets voor verpleegkundigen. Dat zou erg jammer zijn omdat deze verzameling teksten hen zoveel te bieden heeft. Niet alleen omdat in het werk van veel verzorgenden en verpleegkundigen, ondanks de vaak vergeefse nadruk op genezing en levensverlenging,  de dood alom aanwezig is, maar ook omdat voor zover bekend uiteindelijk ook iedere verpleegkundige zal sterven. Bij het bepalen van wat goede zorg is wordt vaak volgens de samenstellers van dit boek vaak gekozen voor een ethische invalshoek en minder gekeken naar vragen omtrent de essentie van het ‘zijn', het wezen van de dood en wat wij daar met zekerheid over kunnen zeggen. Ethische kwesties, zoals die bijvoorbeeld spelen in de discussie rondom euthanasie, zijn pas te begrijpen als ook wordt ingegaan op deze fundamentele kwesties, als wordt ingegaan op het probleem van de dood en daarbij de dood niet op te vatten als de natuurlijke vijand van de geneeskunde. Dat deze vragen aan bod komen, wil niet zeggen dat er ook eenduidige antwoorden komen. De dood laat zich niet kennen. Maar de noodzakelijk voorlopige antwoorden op de vragen rondom de dood bieden ons levenden, ‘de tijdelijke gebruikers van een eindeloos over de levende natuur circulerende moleculaire biomassa' , kaders voor het omgaan met stervenden. Aanbevolen.
De Tijdstroom Utrecht 2011, ISBN 9789058981974,  184 pag., €25,-

 

 

boekbespreking geintegreerde behandeling dubbele diagnoseGeïntegreerde behandeling van dubbele diagnose
Een richtlijn voor effectieve behandeling
K. Mueser e.a.

Volgens het Global Status Report on Alcohol and Health (WHO, 2011) sterven er wereldwijd jaarlijks 2,5 miljoen mensen aan de gevolgen van overmatige alcoholconsumptie. Daarmee overlijden er meer mensen aan de drank dan aan AIDS. Nederland staat haar mannetje wat drinken betreft. Hoewel iets meer dan 27% van de bevolking boven de 15 jaar het afgelopen jaar geen alcohol gebruikte, blazen we, internationaal gezien, ons partijtje aardig mee en zijn er verontrustende trends zoals de toename van het aantal jongeren dat er genoegen in schept zichzelf in coma te zuipen.  Kortom, als alcohol een nieuwe drug zou zijn, zou het ongetwijfeld op de lijst van illegale middelen belanden. Een groep gebruikers die extra zorg behoeven zijn mensen met (een geschiedenis van) middelenmisbruik en comorbide psychiatrische stoornissen. Mensen met psychiatrische problemen hebben een veel grotere kans om middelenmisbruik te ontwikkelen dan de algemene bevolking. Bovendien is er dan sprake van een slechtere prognose. Tot voor kort had die complexiteit niet alleen te maken met de verstrengeling van verschillende gezondheidszproblemen, maar ook omdat de afbakening tussen verslavingszorg en GGZ te rigide was. Hierdoor kregen cliënten vaak geen hulp. De hulp die wel werd geboden was niet effectief, mede omdat er geen rekening werd gehouden met de interactie tussen middel en psychische stoornis. Op initiatief van het Landelijk Expertise- en Implementatiecentrum Dubbele Diagnose (http://www.ledd.nl/) is voor hulpverleners die werken met deze complexe cliëntcategorie een Amerikaans standaardboek vertaald. Hiermee is de Integrated Dual Disorder Treatment (IDDT) ook voor de Nederland toegankelijk geworden. Essentiële onderdelen van de IDDT zijn onder meer outreachende hulpverlening, motivationele benadering, zorg zonder tijdslimiet, arbeidsrehabilitatie en het inzetten van meerdere psychotherapeutische benaderingen. Het team, dat eerst vaak nog bijscholing behoeft, dat de IDDT aanbiedt is multidisciplinair met daarin een rol voor verpleegkundigen. Voor verpleegkundigen in de (ambulante) GGZ en verslavingszorg een belangrijke uitgave.

De Tijdstroom 2011, ISBN 9789058981868, 600 pag., €58,-

 

 

boekbespreking van de VenComplementaire en alternatieve zorg in de Nederlandse ziekenhuizen

Een beschrijving van een ontwikkeling.

R. van der Ven

De medische wetenschap heeft ons veel goeds gebracht, zo constateert de auteur in zijn inleiding. Desalniettemin zijn veel mensen ontevreden over de stand van zaken in de zorg. Misschien niet zozeer over wat er technisch gesproken allemaal mogelijk is, als wel over de menselijke maat, de persoonlijke aandacht die door velen node wordt gemist in het gezondheidszorgsysteem. Geen wonder dat alternatieve vormen van zorg waarin een persoonlijke benadering centraal staat op veel patienten een grote aantrekkingskracht uitoefenen, ondanks dat harde bewijzen voor de werkzaamheid van de verschillende methoden ontbreken. Van der Ven onderzoekt op beschrijvende, niet oordelende wijze in hoeverre en in welke verscheidenheid de alternatieve en complementaire zorg voet aan de grond heeft gekregen in de Nederlandse ziekenhuizen. Hij constateert dat een groeiend aantal reguliere ziekenhuizen (50% inmiddels) vormen van alternatieve, complementaire zorg toepassen, zoals bijvoorbeeld Therapeutic Touch, Quantumtouch en Reiki.  Verpleegkundigen zijn vaak de enthousiaste pleitbezorgers van deze methodes. Al geschiedt het dan soms iewat in het verborgene omdat (met name academische) instellingen worstelen met de ontbrekende wetenschappelijke onderbouwing van deze vormen van zorg. Voorstanders van complementaire zorg wijzen er terecht op dat er aan de reguliere zorg ook veel schort en dat die ook niet altijd evidence based is. Maar een argument tegen het ene is niet per sé een argument voor het andere. De groeiende toepassing van alternatieven in de reguliere zorg kan mede worden gezien als een effect van de voortschrijdende marktwerking en wordt door van der Ven geplaatst tegen een achtergrond van een behoefte aan (Oosterse) spiritualiteit onder veel mensen. Patienten vragen blijkbaar om aromatherapie of mindfulness, en de klant is koning. Opmerkelijk is overigens dat de  toename in de ziekenhuizen niet parallel loopt aan een algehele toegenomen belangstelling voor CAM. Volgens  gegevens van het CBS is het gebruik van alternatieve gezondheidszorg sinds 1993 stabiel en raadpleegt om en nabij de 7% van de bevolking alternatieve genezers. Van der Ven doet een aantal aanbevelingen, op grond van een analyse van standpunten ten aanzien van wetenschappelijk onderzoek, waarbij hij wat al te makkelijk dubieuze onderzoekers uit het alternatieve circuit het voordeel van de twijfel gunt. Zo constateert de auteur dat alternatieve geneeswijzen, zoals homeopathie of chiropractie, meer bewijs moeten leveren dat hun effect niet slechts op placebo-effecten berusten. Verder wordt gesteld dat een alternatieve behandeling nooit in de plaats van een goede reguliere behandeling mag komen en dat er geen ruimte kan zijn voor panaceeclaims. Maar ook dat er vormen van CAM-zorg zijn waar volgens de auteur voordeel mee te behalen valt. Al met al een boek dat een overzicht biedt van wat er zoal te koop is aan alternatieve benaderingen in de Nederlandse ziekenhuzien, maar ook een boek waarbij de grote hoeveelheid informatie soms aan de greep van auteur en redacteur lijkt te ontsnappen. De centrale vraagstelling, de rode draad, wordt nogal eens aan het zicht onttrokken en de behoefte slechts een beschrijvend en geen oordelend standpunt in te nemen leidt er ook toe dat aantoonbare onzin meer krediet krijgt dan het verdient.

Johannes Multimedia 2011, ISBN 9789057983986, 298 pag., € 22,50

 

 

Ambivalent connections

Bauke Koekkoek

Onlangs promoveerde Bauke Koekkoek op zijn onderzoek naar een interventieprogramma dat sociaal psychiatrisch verpleegkundigen kunnen inzetten bij chronische niet-psychotische psychiatrische patiënten. Koekkoek, zelf sociaal psychiatrisch verpleegkundige, heeft ruime ervaring met deze categorie cliënten die als ‘moeilijk' te boek staat en een hoge zorgconsumptie kent.
Het ‘moeilijke' schuilt er niet alleen in dat deze mensen slecht benaderbaar, eisend en claimend, op manipulatieve wijze veel aandacht vragen en dat ze nogal eens agressief en gevaarlijk kunnen reageren, maar ook in de (vaak nogal negatieve) eigenschappen die professionals hen toedichten. Binnen deze groep patiënten werd de aandacht met name gericht op de subgroep van mensen met ernstige, langdurig bestaande niet psychotische problemen die op een ambivalente manier hulp zoeken. Te denken valt aan mensen met bijvoorbeeld een chronische depressie of mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis. Met een Delphi-studie en enquete onder experts en SPV-en werd in kaart gebracht wat de meest voorkomende en relevante problemen waren in de zorg voor deze patiënten. Problemen waren onder meer gevoelens van machteloosheid bij de professional, onvrede over het aantal contacten per week met de patiënt en de hoeveelheid bijkomende psychosociale problemen. Ook de cliënten zelf werden bevraagd en zij constateerden onder meer een gebrek aan erkenning: gezien te worden als patiënt èn als mens en het gebrek aan manoeuvreerruimte in de hulpverleningsrelatie. Die relatie tussen beide actoren is er debet aan dat de hulpverlening regelmatig moeizaam verloopt en dat het etiket ‘moeilijk' deze groep patiënten blijft aankleven. Interventieprogramma's zouden zich dan ook moeten richten op ineffectief gedrag van zowel professionals als patiënten. Daartoe ontwikkelde Koekkoek het programma Interpersoonlijke Sociaal Psychiatrische Begeleiding (ISPB) dat tot doel heeft om het gedrag van zowel patiënt als hulpverlener effectiever te maken, om de patiënt nadrukkelijker bij de behandeling te betrekken en om de professionals hun behandelaanpak beter te laten structureren. In het kader van het onderzoek is de ISPB geimplementeerd en wordt vastgesteld dat het een bruikbaar instrument is dat ingezet kan worden door sociaal psychiatrisch verpleegkundigen en dat het bovendien positieve gevolgen heeft voor zowel product als proces van de sociaal-psychiatrische begeleiding. 

Proefschrift Radboud Universiteit Nijmegen 2011, ISBN 9789090258959, 197 pag.

 

 

bespreking nier te koopNier te koop, baarmoeder te huur
Ingrid Geesink & Chantal Steegers

Een opmerkelijk neveneffect van de globalisering met haar vrije markten en goederenstromen over de hele wereld is de kapitalisering van het menselijk lichaam. Kort door de bocht, de placenta die wordt verwerkt in cosmetische producten. Lichaamsmateriaal is handelswaar geworden en is er in veel gevallen sprake van een fundamentele ongelijkheid tussen de partijen die op die markt opereren. De aanbieders zijn nogal eens arme mensen, de klanten kapitaalkrachtig. De handel op deze levendige marktplaats waar organen, sperma of eicellen van eigenaar wisselen of waar draagmoeders zich op internet aanbieden roept talloze (ethische) vragen op. Twee onderzoekers van het Rathenau-instituut analyseerden de markt voor lichaamsmateriaal en bieden ons zicht op de ontwikkeling waarin klassieke vormen van donatie, waarin bijvoorbeeld een nier een gift was, vervangen is door commerciële varianten waarin bloed of huid een product worden en in principe te vergelijken zijn met een tosti-apparaat of een i-pod. De waarde van het product wordt bepaald door de schaarste. Ironisch genoeg wordt in Nederland de schaarste aan organen mede bepaald door de goede verkeersveiligheid en de verbeterde ARBO-wetgeving. Sperma is relatiefgoedkoop, een nier of een  draagmoeder huren kost de klant tienduizenden euro's. Lichaamsproducten zijn daarmee lucratieve handelswaar. Niet alleen voor mensen die vrijwillig afstand doen van bijvoorbeeld een nier (maar ja, wat is vrijwillig als je arm bent?) maar ook voor criminelen die bijvoorbeeld burgers kidnappen, vermoorden en hun organen verkopen. Aan bod komen de (klassieke) orgaandonatie, de vercommercialiseerde markt van de reproductieve gezondheid en de recycle industrie waarin voor heen medisch rest afval als vet, urine, voorhuid of haren nu omgezet wordt in winstgevende producten tegen ziekte of ongemakken. Dat kan ook omdat e rmerkwaardig genoeg geen wet is die bepaalt dat delen van het lichaam jouw eigendom zijn. Afgescheiden van het lichaam is de nagel, het haar of de ontlasting in principe voor degene die het vindt. De kapper kan met uw haar doen wat ze wil. Te verwachten valt dat door technische innovaties in de toekomst nog veel meer mogelijk zal zijn op dit vlak. Geesink en Steegers pleiten dan ook voor serieuze aandacht bij politiek en publiek. Dit boek levert daartoe een uitmuntende bijdrage.
Uitgeverij Bert Bakker 2011, ISBN 9789035135925, 246 pag., € 17.95.

 

 

bespreking de anderen en ikDe anderen en ik. Het belang van sociale intelligentie

Isabelle Filliozat

In ons leven ontmoeten we talloos veel mensen. Volgens de Franse psychologe Filliozat moeten we iets overwinnen om contact met onbekenden te leggen. Het is moeilijk om contact te zoeken met nieuwe mensen, we voelen ons over het algemeen geremd of zelfs een beetje angstig. Verpleegkundigen komen uit de aard van hun beroepvaak in contact met steeds maar andere patiënten. Verpleegkundigen hebben daarbij het voordeel dat zij zich als het ware kunnen verschuilen in hun professionele rol waarmee het contact automatisch een legitieme context verwerft waarin de deelnemers zich niet hoeven te bekommeren om de vraag of het wel gelegen komt of wat de ander wel niet vindt. Maar zodra die veilige professionele structuur aan duigen valt omdat bijvoorbeeld die ene patiënt de persoon van de verpleegkundige raakt, ervaart ook de functionaris in haar uniform de spanning van het contact. Filliozat is van mening dat we door de innerlijke drempels die we opwerpen in contact onszelf tekortdoen. Immers,nieuwe mensen kunnen ons leven verrijken en verdiepen. De ietwat zelfingenomen auteur besteedt weinig woorden aan de biologische gronden van onze xenofobische trekken en de voordelen daarvan maar biedt de lezer zicht op de psychologische dynamiek waarop blokkades als verlegenheid of angst voor intimiteit zijn gegrondvest. Zij put daarbij uit haar praktijk als psychotherapeute en uit de sociaal-psychologische onderzoeksliteratuur. Haar werk is een pleidooi voor het verruimen van onze sociale vaardigheden, banden te smeden met anderen omdat het ons vrijer en gelukkiger zal maken. Het is ook een ideaal typisch pleidooi waarin weliswaar de krachten die ons (soms) verhinderen ons als liefhebbende sociale wezens op te stellen worden beschreven, maar waarin ook de hardnekkigheid en het destructieve daarvan te veel wordt gerelativeerd. Alsof het geluk voor iedereen voor het grijpen ligt.

De Arbeiderspers Amsterdam 2011, ISBN 9789029573900, 220 pag., € 19,95

 

 

boekbespreking hersenspinsels Hersenspinsels

André Aleman

Uitgeverij Atlas 2011

222 pag. ISBN 9789045017266
€ 19,95

 

Hoogleraar cognitieve neuropsychiatrie Aleman presenteert in ‘Hersenspinsels'  een staalkaart van delicate ontsporingen in ons brein waardoor onze waarnemingen en opvattingen van de realiteit vertekend raken; wanneer de wijze waarop onze hersenen informatie verwerken en tot zinvolle gehelen aaneensmeden, verstoord is geraakt. Ten onrechte veronderstellen we bij dergelijke processen dat de persoon die ze ondergaat, lijdt aan een psychiatrische aandoening, maar als er iets blijkt uit zijn onderhoudende boek dan is het dat deze ervaringen vaak voorkomen en dat de grens tussen normaliteit en ‘gekte' diffuus is. Wanen en hallucinaties doen zich ook voor in het gezonde brein, al zijn die over het algemeen minder indringend en hebben ze een minder negatieve kleur dan die bij mensen die lijden aanschizofrenie. Hoewel in principe iedereen zo nu en dan gefopt wordt door zijn eigen brein en dingen waarneemt die er niet zijn of ideeën heeft die losgezongen zijn van de realiteit, zijn sommige mensen extra kwetsbaar. Zolangzamerhand komen we door beeldvormende technieken steeds iets meer te weten over wat er gaande is in de hersenen wanneer die ons voor de gek lijken te houden. Waarom deze fenomenen zich voordoen is nog altijd een raadsel, al is de theorievorming rijkgeschakeerd. Aleman vertrekt in zijn boek bij alledaagse ervaringen en toont aan dat wat we waarnemen, sterk afhangt van onze verwachtingen en ervaringen. ‘Perceptie' zo luidt het fraaie motto van het eerste hoofdstuk dan ook, ‘is niets anders dan de realiteit gefilterd door het prisma van de ziel'. De waarneming is daar mee eerder een constructie van de werkelijkheid dan een getrouwe kopie. De auteur zet zijn denkbeelden uiteen aan de hand van een mengeling van voorbeelden uit de populaire cultuur, anekdotes en wetenschappelijke inzichten die het lezen tot een genot maken. Verpleegkundigen worden vaak geconfronteerd met mensen waarbij fantasie en werkelijkheid door elkaar heen lopen, denk bijvoorbeeld aan delirante patiënten of mensen die in een psychose verkeren. Dit boek helpt verpleegkundigen de dynamiek van deze processen te duiden.

 

boekbespreking psychosociale hulpverlening traumaPsychosociale hulpverlening voor naasten van traumapatienten

LisbethVerharen

Bohn Stafleu van LoghumHouten 2010

255 pag. ISBN 9789031381708

€ 30,00

 

In dit proefschrift richt Lisbeth Verharen zich op een groep die nogal eens vergeten wordt: de naasten van mensen die slachtoffer zijn geworden van ongevallen of geweldsmisdrijven. Vanzelfsprekend is het in deze gevallen de patiënt in kwestie waar het allemaal om draait. Maar terwijl het slachtoffer wordt opgenomen in de maalstroom van (spoedeisende) medische zorg, zijn er eigenlijk nog meer mensen die getroffen zijn door het misdrijf of ongeval. Dit soort gebeurtenissen hebben immers doorgaans ook voor de naasten dusdanig ingrijpende psychosociale of fysieke gevolgen dat ook zij professionele ondersteuning kunnen gebruiken. Hoewel het proefschrift de praktijk van het medisch maatschappelijk werk onderzoekt, zijn de bevindingen ook relevant voorverpleegkundigen die in contact staan met de naasten van slachtoffers. Naasten hebben onder andere behoefte aan adequate (vaak praktische) informatie, de ruimte om ervaringen en gevoelens te delen en in een later stadium aan begeleiding bij het leren omgaan met de gevolgen van het trauma. Er blijkt een kloof te bestaan tussen de behoefte aan deze vormen van hulp en de daadwerkelijk gegeven hulp, die nogal eens ontoereikend blijkt te zijn. Dat is jammer aangezien de mensen die wel hulp kregen, aangeven baat te hebben bij de steun vanuit het maatschappelijk werk. Zo gaven ze aan meer begrip te hebben voor het werk van artsen en verpleegkundigen en voelden zich door hen beter gehoord. Verharen pleit voor vroegtijdige inschakeling (door bijvoorbeeld verpleegkundigen) van het medisch maatschappelijk werk waarbij aan de hand van een checklist de behoefte aan specifieke zorg en ondersteuning in kaart wordt gebracht.

 

 

boeken anorexiaRichtlijn terugvalpreventie Anorexia Nevosa

Tamara Berends, Annemarie van Elburg, Berno van Meijel

Van Gorcum Assen 2010

ISBN 9789023247296

206 pag.
26,75 euro

 

Anorexia nervosa is een stoornis die, vergeleken met andere mentale problemen zoals angst of depressie, weinig voorkomt. De incidentie wordt geschat op jaarlijks 8 personen per 100 duizend vrouwen. De piek in incidentie ligt in de leeftijd tussen de 15 en 19 jaar (109 per 100.000). Ofschoon het dus eigenlijk niet zo heel veel voorkomt, staat anorexia al sinds jaar en dag in de belangstelling. Enerzijds wellicht vanwege de preoccupatie met de lichamen van jonge vrouwen in onze samenleving, maar zeker ook omdat het een ernstige aandoening betreft die langdurig en hardnekkig kan zijn en die nogal eens een fatale afloop kent. Bovendien is het een mysterieuze aandoening waarvan de etiologie onbekend is en aanleiding geeft tot veel speculaties. De modewereld, zo luidt een veronderstelling, met haar verheerlijking van een jeugdig uiterlijk en haar fixatie op het voor de meeste vrouwen onbereikbare maatje 34 zou haar steentje bijdragen (al verklaard dat niet waarom ook blinde meisjes anorexia kunnen krijgen). Of het zou een uitdrukking zijn van verstoorde hersenprocessen in de hypothalamus. Hoe dan ook, goede behandeling is cruciaal, juist ook vanwege het potentieel gevaarlijke beloop. Ook is adequate behandeling noodzakelijk om terugval te voorkomen. De frequentie daarvan is namelijk zorgwekkend: dertig tot vijftig procent van de patiënten valt vooral in de eerste fase na behandeling terug. De weg naar herstel duurt gemiddeld 6,6 jaar en naarmate het herstel vordert, neemt het risico op terugval af. Vooral in de eerste twee jaar na beëindiging van klinische behandeling is het risico op terugval hoog. Vandaar de relevantie van een nazorgtraject (waarin ook de familie van de patiënt een rol heeft) met het focus op terugvalpreventie. Dit helder opgezette boek geeft hulpverleners zoals verpleegkundigen, twee theoretisch onderbouwde concrete stappenplannen (en werkboeken), voor patiënten onder en boven de achttien, om de terugval te voorkomen.

De website http://www.terugvalpreventie.vangorcum.nl/ bevat een digitale versie van de richtlijn.

 

 

boeken_motiverenMotiveren kun je leren

Pauline Dekker & Wanda de Kanter

Uitgeverij Thoeris Amsterdam 2010

ISBN 9789072219497

175 pag.

19,95 euro

 

Iedereen kent het wel uit eigen ervaring. Goede voornemens zijn makkelijk gemaakt: matigen met alcohol, gezonder eten, meer bewegen, overgewicht eindelijk kwijtraken of de laatste peuk in de asbak uitdrukken. In het begin lukt het nog wel, totdat ons lichaam anders besluit en kiest voor de onmiddellijke bevrediging van het stuk chocolade of nicotine en ons schuldbewuste ‘zelf' aan de kant zet.

Een slechte gewoonte afleren is een kwestie van tijd: een ingesleten patroon heeft wel een maand of twee nodig om langzaam uit te doven en vervangen te worden door het gezondere alternatief. Misschien zou het ook allemaal wat makkelijker zijn als al ons gedrag onder controle stond van ons bewustzijn en het vermogen tot discipline. Maar helaas, het meeste van ons gedrag wordt gemotiveerd door onbewuste, ontoegankelijke processen. En ons bewustzijn kampt met de op het oog vaak irrationele uitkomsten daarvan.
Beroepsmatig staan verpleegkundigen ook vaak voor de uitdaging mensen tot alternatief gedrag te bewegen, terwijl zij beseffen dat het beroep op de redelijkheid en het gezonde verstand hier tekort schiet. Natuurlijk weet de patiënt dat roken slecht is, of dat het onverstandig is iedere avond slaapmedicatie te gebruiken. Patiënten, zo stellen de auteurs, komen echter meestal niet met de vraag of je ze van hun leefstijl wilt afhelpen, patiënten komen met een concrete klacht waar ze van verlost willen worden.
De auteurs zijn twee longartsen die jarenlang vaak vergeefs patiënten probeerden over te halen te stoppen met roken. Zij hebben hun aanpak drastisch gewijzigd en zijn de motivatieproblemen met succes te lijf gegaan met de inmiddels alom bekende effectieve motiveringstechnieken van Miller en Rolnick. Hun boek is de weergave van deze praktische benadering en geeft daarbij de ter zake doende wetenschappelijke achtergronden. Aan bod komen onder meer een 5-stappenplan, analyses van irrationele cognities die patiënten hanteren met en de beschrijving van specifieke methodieken als cognitieve gedragstherapie. Het boek sluit af met gestructureerde plannen om te stoppen met de grote boosdoeners alcohol, tabak en teveel eten.
Uiteindelijk is het de patiënt die het moet doen, maar met de in dit boek beschreven aanpak heeft de verpleegkundige een ondersteunend instrument in handen om de kans van slagen te vergroten.

 

 

Uit de schaduw van het zorgsysteem

Hoe buurtzorg Nederland zorg organiseert

Annemarie van Dalen

Boom Lemma Den Haag 2010

ISBN 9789059316003

178 pag.

 

De teloorgang van de thuiszorg heeft zich in een rap tempo voltrokken. Schaalvergroting inclusief uitdijende bureaucratie, marktwerking en het aanbestedingssysteem hebben zo hun sporen nagelaten. De kwaliteit van de versnipperde zorg schiet tekort en de betaalbaarheid wordt steeds problematischer.  De thuiszorg louter als een markt beschouwen waar economische overwegingen de boventoon voeren, waarin nadruk op rationaliteit en efficiëntie hoog in het vaandel staan en waar, zo lijkt het, zorgprofessionals als wijkverpleegkundigen het primaat hebben verloren aan managers, heeft tot veel kritiek geleid. De laatste tijd wordt de roep om de menselijke maat waarin de verhouding tussen patiënt en zorgverlener weer centraal staat dan ook steeds luider.

Die roep om kwalitatieve verandering is vanaf 2006 geconcretiseerd in het initiatief van Buurtzorg Nederland, opgezet door Jos de Blok, van oorsprong wijkverpleegkundige. Eerst nog kleinschalig, inmiddels gegroeid tot een structuur waar meer dan tweeduizend mensen werken die een omzet van om en nabij de veertig miljoen euro genereren. Buurtzorg Nederland biedt via kleine teams zorg en ondersteuning aan mensen thuis,dicht inde buurt van de cliënt en waarin zeggenschap en handelingsruimte weer terug is waar die hoort, namelijk bij de zorgverleners. Wijkverpleegkundigen en wijkziekenverzorgenden maken de kern uit van de teams en zijn onder begeleiding van regiocoaches, die overigens geen beslissingsbevoegdheid hebben, onder meer verantwoordelijk voor de werving van cliënten, indicatiestelling, de contacten  met andere professionals en instanties en de planning en uitvoering van het eigen werk. Power to the people. Organisatieantropoloog van Dalen onderzocht achtergronden en praktijk van dit door cliënten zeer gewaardeerde innovatieve systeem van zorg aanbieden en stelt vast dat de buurtzorg in wezen een weerspiegeling is van een maatschappelijke trend die het waard is breder ingevoerd te worden. Om dat te verwezenlijken is het onder meer nodig dat belanghebbenden en voortrekkers wat nadrukkelijker aan de poorten van de traditionele structuren kloppen.  Een boeiende uitgave over een inspirerende ontwikkeling in de zorg.

 

 

Patiëntveiligheid voor verpleegkundigen

Jij maakt het verschil

Karien den Ridder e.a.

Elsevier Gezondheidszorg Amsterdam 2010

ISBN 9789035232112

283 pag.

 

Een keur aan deskundigen heeft voor verpleegkundigen  van niveau 4 & 5 een boek geschreven over patiëntveiligheid. Daaronder wordt verstaan het (nagenoeg) ontbreken van (de kans op) aan de patiënt toegebrachte  lichamelijke en/of psychische schade die is ontstaan door het niet volgens de professionele standaard handelen van hulpverleners en/of door tekortkoming van het zorgsysteem. De omschrijving geeft al aan dat het niet alleen de individuele verpleegkundige is die brokken kan maken maar dat het systeem waarin zij moet functioneren interne fouten heeft waarop de zorgverlener weinig invloed heeft maar wel te maken krijgt met de consequenties daarvan. Dat verbeteren van de veiligheid noodzakelijk is behoeft eigenlijk geen betoog. Het aantal vermijdbare doden als gevolg van medische vergissing bedraagt in Nederland meer dan 1700 personen en daarnaast raken duizenden patiënten gewond.  Een integrale aanpak ter verhoging van de kwaliteit van zorg en een verbeterde veiligheid is dus van eminent belang. Het boek gebruikt het Systems Engineering Initiative for Patient Safety-model (SEIPS) als uitgangspunt. Dit research-based model stelt dat het menselijk handelen de bepalende factor is voor veiligheid. Menselijk handelen veroorzaakt veiligheidsrisico's, mensen worden er slachtoffer van en het zijn mensen die proberen op integrale wijze de risico's terug te dringen.  Het reduceren van de risico's is in het model niet gebaseerd op het hanteren van minimumnormen maar eerder op het streven naar ambitieuze en duurzame en voor de betrokkenen hanteerbare doelen.

Na de theoretische beschrijvingen wordt het onderwerp praktisch uitgewerkt middels cases uit alle velden van de gezondheidszorg.

Innovatief is dat het boek via een persoonlijke code gekoppeld is aan een website waarop allerlei extra ondersteunend materiaal wordt aangeboden en waar het boek in digitale vorm beschikbaar is waardoor handige mogelijkheden (zoeken, inzoomen e.d.) de gebruikerswaarde verhogen. Hierdoor en door de overzichtelijk beschreven inhoud is deze uitgave ook een uitstekend studieboek voor verpleegkundigen in opleiding.

 

 

Patiëntenvoorlichting door verpleegkundigen

De stappen naar zelfmanagement

3e herziene druk

B. Terra e.a.

Elsevier Gezondheidszorg 2010

ISBN 978035231917

 

Voorlichting geven aan patiënten is een essentieel onderdeel van verpleegkundige zorg en geïncorporeerd in de kerncompetenties  en heeft tot doel het gezondheidsgedrag en het probleemoplossend gedrag te bevorderen waardoor de patiënt in kwestie uiteindelijk (beter) kan omgaan met beperkingen en/of ziekte. Dit geactualiseerde en door een bijbehorende interactieve website ondersteunde boek biedt de verpleegkundige (in opleiding) een beschrijving hoe voorlichting op een methodische manier vorm te geven. De wijze waarop voorlichting en begeleiding wordt gegevens hangt samen met de manier waarop de patiënt met zijn ziekte of beperking omgaat, verschillende copingstrategieën maken een benadering op maat noodzakelijk.Voorwaarde daartoe is dat de verpleegkundige niet alleen een goede samenwerking met de patiënt bewerkstelligt, maar ook zorg draagt voor een adequate, niet ambigue informatieoverdracht. Essentieel in het kader van voorlichting is (het peilen van) de veranderingsbereidheid van de patiënt en hoe die door de verpleegkundige valt te optimaliseren. Vandaar dat in deze nieuwe druk aandacht wordt besteed aan de systematiek van motivational interviewing. Een aantal bijlagen (o.a. met relevante websites en organisaties) en een hoofdstuk over hulpmiddelen  verhogen de praktische bruikbaarheid van deze methodische gids.

 

 

De stem van Isa

Christel van Bourgondië.

Van Tricht Uitgeverij Deventer 2010

ISBN 9789073460638

157 pag.

 &

Winnen of verliezen

Sunny Jansen

Van Tricht Uitgeverij Deventer 2010

ISBN 9789077822418

150 pag.

 

In de Stem van Isa staat het 14 dove meisje Isa centraal. Ondanks haar beperking speelt zij drums. Zij kan dit omdat ze het ritme voelt via de trillingen van het instrument. In Winnen of Verliezen is de voetballende Rik de hoofdpersoon. Hij worstelt met een geheim en hij wordt via internet bedreigd, blijkbaar is zijn geheim ontdekt.

Deze twee recente uitgegeven boekjes zijn voorbeelden van publicaties in de zogeheten Troef-reeks, een serie boeken, leestechnisch aangepast, voor auditief beperkte jongeren die aansluit bij hun leefwereld. De serie is opgezet in samenwerking met de Nederlandse Federatie van Ouders van Dove Kinderen. Voor veel van deze kinderen, al dan niet doof, slechthorend of in bezit van een hulpmiddel als het cochleair implantaat, is het volgen van de gesproken taal een probleem. Dat kan ook weer gevolgen hebben voor het lezen. De serie die in 1996 startte breidt zich gestaag uit en inmiddels behoren ook niet-dove kinderen met taalachterstand tot de doelgroep.

 

 

En Prozac is mijn paracetamol

Charlie Bee

Scriptum 2010

ISBN 9789055947539

142 pag.

 

Het is nog niet zo lang geleden dat men het moeilijk voorstelbaar vond dat kinderen en zeker heel jonge kinderen aan een depressie zouden kunnen lijden. Inmiddels is er oog voor deze groep jongeren en wordt de prevalentie van de depressie in engere zin geschat op 1% bij kinderen en op 4 tot 8% bij adolescenten. In veel gevallen lijden de jeugdigen naast de depressie ook aan angsten en, zeker als ze wat ouder zijn, ook aan gedragsstoornissen en/of middelenmisbruik. Zeker bij jonge kinderen, kleuters bijvoorbeeld, is de depressie ook wat anders zichtbaar dan bij volwassenen, deels omdat jonge kinderen niet zo in staat zijn hun stemmingen te verbaliseren.

In dit egodocument verhaalt de 14 jarige gymnasiaste Charlie hoe zij na de scheiding van haar ouders volledig de draad kwijt raakte.  Twee jaar later constateert de huisarts dat ze aan een depressie lijdt waarna een moeilijke periode aanbreekt vol angsten, automutilatie en een zelfmoordpoging. Uiteindelijk  rest slecht de opname in een kliniek. Het dieptepunt, een afscheidsbrief, blijkt tevens de ommekeer en langzaamaan klimt Charlie uit het dal. Voor verpleegkundigen die met jongeren werken biedt dit persoonlijke relaas inzicht in de belevingswereld van depressieve jeugdigen en leren dan onder meer dat het moeilijk kan zijn onderscheid te maken tussen de turbulentie die relatief normaal kan zijn in de puberteit en mentale problemen. Ook toont het boek dat de depressie bij jongeren nogal eens atypisch kan verlopen.

 Meer informatie is te vinden op de door de auteur bijgehouden website :  http://www.enprozacismijnparacetamol.nl/

 

 

Mijn moeder wilde dood

Een persoonlijk en praktische verhaal over zelfbeschikking

Annegreet van Bergen

Uitgeverij atlas 2010

ISBN 9789045016948

 

Het boek vangt aan met de roerende geschiedenis van een man van 91 en diens 86 jarige vrouw die kampt met de gevolgen van een beroerte. Om te voorkomen dat zijn echtgenote met wie hij ruim 60 jaar is gehuwd verder wegglijdt in haar geestelijke teloorgang en dat hij, langzaamaan blind geworden, gedoemd zal zijn zijn laatste dagen in isolement te slijten nemen ze de regie in handen en beëindigen tegelijkertijd hun leven. Ze zijn gevonden, op bed. Arm in arm. Een voorbeeldig en goed voorbereid einde. Zoiets had journaliste van Bergen misschien ook voor ogen toen ze werd geconfronteerd met de wens van haar moeder om te sterven maar aan wie euthanasie werd geweigerd. Uiteindelijk heeft ze haar moeder kunnen bijstaan in het vervullen van die wens maar achteraf bezien had ze graag meer informatie gewild hoe zoiets naar eer en geweten aan te pakken, recht doend aan de verlangens van degene die om wat voor reden dan ook niet langer wil leven en aan de eigen moraal. Voor mensen die in een soortgelijke situatie zitten, en dat zijn er velen en zullen er in de nabije dubbel-vergrijsde toekomst nog veel meer worden, heeft van Bergen een gids willen schrijven waarin alle noodzakelijke informatie op een rijtje staat. En dat in een toegankelijke taal zodat ook mensen die geen professionele zorgverleners in hun kennissenkring hebben en de weg niet zo goed weten in de zorg hun oplossing kunnen zoeken. In het boek beschrijft van Bergen de gang van zaken rondom de euthanasiewens van haar moeder om daarna de zaken meer te generaliseren in een hoofdstuk inzake de praktijk van de zelfgekozen dood. Een dergelijke gids is in Nederland van belang omdat, hoewel we een vergeleken met andere landen, een liberale euthanasiewetgeving hebben, deze wet niet voorziet in levensbeëindiging bij mensen die er gewoonweg geen zin meer in hebben. Mensen die hun bestaan als voltooid beschouwen, niet in de zin dat het af is zoals als een kunstwerk af is, maar omdat er al teveel is ingeleverd en de verliezen zich blijven opstapelen.

 

 

 

 


© Reed Business BV. Auteursrechten voorbehouden. Op deze site zijn de volgende regelingen van toepassing:
Privacystatement | Gebruiksvoorwaarden | Colofon | Proefabonnement | Losse nummers