De theoretische uitgangspunten bij de studie van Hannerieke van der Boom naar de thuiszorg in Europa

 

Als theoretische uitgangspunten staan het (neo-)institutionalisme en de professiesociologie centraal. Het institutionalisme gaat ervan uit dat een maatschappelijke sector georganiseerd is rond een kernfunctie in de maatschappij (Lammers e.a., 2000). Die kernfunctie bestaat uit activiteiten die gericht zijn op fundamentele problemen waar elke maatschappij mee te maken heeft en die verbonden zijn met sociale en culturele normen, waarden en wederzijdse verwachtingen. Thuiszorg kan als maatschappelijk domein of ‘sociale institutie’ gezien worden die de maatschappelijke functie vervult van zorgverlening aan ouderen en chronisch zieken in de thuissituatie. Het institutionalisme bestudeert in welke mate een domein zich tot sociale institutie heeft kunnen ontwikkelen, hoe deze georganiseerd is en welke normen en waarden met dit domein verbonden zijn. Een zelfde maatschappelijk domein verschilt dus per land omdat het verbonden is met verschillende sociaal-culturele opvattingen, historische tradities en politieke ontwikkelingen.

Het andere theoretische uitgangspunt is het professiesociologische perspectief van Abbott (1988).  Professionele praktijken zijn volgens Abbott de activiteiten van experts die - op basis van het inzicht en de kennis die zij tijdens hun scholing hebben opgedaan en hun ervaringen in de praktijk - bijdragen aan het oplossen of verminderen van problemen van individuen of groepen mensen. Abbott beargumenteert dat professies op drie niveaus bestudeerd moeten worden: 1) het primaire proces, dus de activiteiten die professionals uitvoeren, 2) de onderlinge relaties tussen professies ofwel het ‘systeem van professies’, en 3) maatschappelijke ontwikkelingen die invloed hebben op professies en hun domeinen, bijvoorbeeld bureaucratisering of de vergrijzing. Abbott vindt drie processen essentieel voor professies, namelijk diagnose: het vaststellen van het probleem van de cliënt, evaluatie: waarbij dit probleem gerelateerd wordt aan meer algemene professionele kennis en inzichten, en behandeling: professionele activiteiten die gericht zijn op het oplossen of verminderen van het probleem van de cliënt.

In het onderzoek is op basis van deze theoretische perspectieven een model ontwikkeld met concepten op deze drie niveaus. Centraal staat het domein thuiszorg en de professie wijkverpleging: het eerste niveau. Op het tweede niveau zijn aspecten onderzocht zoals de taakverdeling in de zorg, samenwerking en coördinatie tussen zorgberoepen, de scholing en opleiding van thuiszorgmedewerkers, de mate van bureaucratie en de cliënt. Op het niveau van de maatschappelijke context gaat het om de mate van vergrijzing, het gezondheidszorgstelsel, het beleid ten aanzien van de gezondheidszorg, familierelaties, en de invloed van financiële, beleidsmatige of organisatorische perspectieven op de zorg.

 

Aanvulling bij: Thuiszorg in Europa. Een vergelijking tussen vier landen. Hannerieke van der Boom

 

Tijdschrift voor Verpleegkundigen - 2009 nr. 4