Botbreuken voorkomen met

osteoporose- en valpreventierichtlijnen

Ruim 6 procent van de vijftigplussers die een

botbreuk oplopen, krijgt binnen een jaar een

tweede fractuur. Oorzaken kunnen niet behandelde

osteoporose zijn of een verhoogde

kans om te vallen. De Nederlandse richtlijn

Osteoporose adviseert om bij iedere 50-plusser

met een botbreuk na te gaan of er sprake

is van botontkalking.

In het Academisch Ziekenhuis Maastricht

kregen gedurende een jaar alle 50-plussers

met een botbreuk het aanbod van een doorverwijzing

naar de Fractuur en Osteoporose

polikliniek waar het risico op een nieuwe botbreuk

werd geëvalueerd en zo nodig behandeling

en adviezen werden aangeboden. Op de

polikliniek werkt de medisch specialist samen

met een gespecialiseerde ‘fractuurverpleegkundige’.

Zij werken volgens de Nederlandse

osteoporose- en valpreventie-richtlijnen.

Doorverwezen patiënten werden gescreend

op osteoporose en op mogelijke oorzaken

hiervan en op andere risicofactoren zoals een

erfelijke component (familieleden met botbreuken).

Ook werd specifiek gekeken naar

valrisicofactoren zoals immobiliteit, slechtziendheid

en het slikken van bepaalde geneesmiddelen.

Het aantal 50-plussers dat na de start van de

Fractuur en Osteoporose polikliniek (2004)

binnen een jaar een tweede breuk opliep was

nog geen 4 procent. Dit is 40 procent lager

dan wat verwacht mocht worden op basis van

de cijfers van het AzM over de periode 1999-

2001, toen de richtlijnen nog niet bestonden

en er geen risico-evaluatie werd uitgevoerd.

Dit duidt erop dat door het toepassen van de

richtlijnen voor osteoporose en valpreventie

en het inzetten van een gespecialiseerde verpleegkundige

het risico op een nieuwe fractuur

aanzienlijk kan verminderen.

Sven van Helden. Beyond the fracture.

Prevention in fracture care. Proefschrift

Universiteit Maastricht, september 2008.

Zie voor de richtlijnen Osteoporose en

Valincidenten www.cbo.nl.

 

 

TvZ Tijdschrift voor verpleegkundigen – 2008 nr. 11/12