Samen gerechtvaardigd vertrouwen verdienen
Gerechtvaardigd vertrouwen in de kwaliteit en de
veiligheid van de zorg ontstaat niet zomaar. Er zijn inspanningen van alle
betrokkenen en op alle niveaus voor nodig: professionals, bestuurders en
interne toezichthouders, lokaal en nationaal. Op basis van
het uitgevoerde onderzoek onder instellingen, het literatuuronderzoek, drie
werkconferenties en een groot aantal groepsgesprekken met experts en
vertegenwoordigers van branche- en beroepsorganisaties, verzekeraars en
cliënten- en patiëntenorganisaties is een inventarisatie gemaakt van de
inspanningen van elke partij die nodig zijn. De drie belangrijkste
aanbevelingen per partij zijn:
Professionals en hun beroepsorganisaties
– Geven niet-vrijblijvende patiënt- of cliëntgeoriënteerde aandacht aan
kwaliteit en veiligheid, aan de samenwerking met elkaar, ook in
multidisciplinair en ketenverband.
– Laten zich aanspreken en spreken collega’s aan die onvoldoende
(aantoonbaar) richtlijnen of veldnormen naleven en daarmee te weinig aandacht
besteden aan kwaliteit en veiligheid en het vertrouwen schaden.
– Leggen verantwoording over kwaliteit en veiligheid af aan het bestuur
van de instelling.
Bestuurders en hun branche- en beroepsorganisaties
– Zorgen voor een duidelijke patiënt- of cliëntgeoriënteerde visie op
kwaliteit en veiligheid en voor een daarop gebaseerde verdeling van
verantwoordelijkheden, bevoegdheden en taken op het gebied van kwaliteit en
veiligheid, en organiseren het afleggen van verantwoording.
– Zorgen voor – wat verantwoordelijkheid en verantwoording betreft –
aangescherpte individuele arbeids- en
toelatingsovereenkomsten, professionele statuten en overeenkomsten met
maatschappen en medische staven.
– Zorgen voor aanscherping en naleving van de Governance
code en hanteren niet-vrijblijvende toelatingseisen voor het lidmaatschap van
de brancheorganisaties.
Interne toezichthouders en hun beroepsorganisaties
– Zorgen voor een adequate professionalisering van het patiënt- of
cliëntgeoriënteerde toezicht door passende werving en selectie van
toezichthouders, opleidings- en
bijscholingsprogramma’s, en evaluaties.
– Richten het toezicht op kwaliteit en veiligheid specifiek in (onder
meer informatieprotocol, inhoudelijke deskundigheid toezichthouders, agendering, audits).
– Zorgen voor een ruimhartige
maatschappelijke verantwoording van het toezicht op kwaliteit en veiligheid.
Cliënten- en
patiëntenorganisaties
– Geven mede invulling aan een
samenwerkingsrelatie tussen patiënt of cliënt en professional.
– Ondersteunen cliënten en patiënten in het
geven van informatie over kwaliteit en veiligheid en blijven het belang
benadrukken van hun feedback over de kwaliteit en veiligheid van de zorg.
– Dragen bij aan en stimuleren protocollering
en normering van kwaliteit en veiligheid voor specifieke doelgroepen en
kwaliteitsonderwerpen (zoals bewoners in de gehandicaptenzorg en
diabetespatiënten).
Zorgverzekeraars
– Gebruiken bij de zorginkoop waar mogelijk
de door professionals in samenwerking met patiënten-, cliënten- en
brancheorganisaties ontwikkelde indicatoren (en voorkomen waar mogelijk
wildgroei).
– Stimuleren het landelijk ontwikkelen van
richtlijnen en normen voor verantwoorde zorg en faciliteren
naleving hiervan bij de contractering van zorg.
– Stimuleren het afleggen van verantwoording
door professionals, bestuurders en toezichthouders door eisen voor kwaliteit
(veiligheid, effectiviteit, tijdigheid, patiënt/cliëntgerichtheid en
doelmatigheid) op te nemen in de contractuele verplichtingen.
Overheid
– Zorgt voor een goede afstemming van alle
inspanningen van betrokkenen op het gebied van kwaliteit en veiligheid
(voorkomt ‘bestuurlijke drukte’, draagt zorg voor effectiviteit van
inspanningen, voorkomt wildgroei).
– Stelt eisen aan de kwalificatie van
bestuurders en toezichthouders.
– Scherpt wetgeving aan betreffende
verantwoordelijkheden en afleggen van verantwoording (WTZi,
Wet BIG, Kwaliteitswet zorginstellingen, WCZ) en vermijdt daarbij onnodige
(detail)regelgeving.
Inspectie voor de
Gezondheidszorg
– Gaat met het veld in gesprek over de
aanbevelingen in dit rapport om te komen tot niet-vrijblijvende afspraken tussen veld en
inspectie over het interne en het externe toezicht en
baseert zich hierbij op de hoofdlijn: risicogestuurd
toezicht op de daadwerkelijke zorgverlening met extra accent op de
verantwoordelijkheidsverdeling tussen professional, bestuurder en
toezichthouder in zorginstellingen.
– Richt haar
toezicht minder intensief en/of extensief in daar waar de kwaliteit van zorg op
orde is en de verantwoordelijkheidsverdeling goed functioneert en treedt snel
en daadkrachtig handhavend op daar waar blijkt dat de zorg niet op orde is of
waar de verantwoordelijkheidsverdeling voor de borging
van kwaliteit en veiligheid niet goed geregeld is of functioneert.
– Vertrouwt er op (en toetst dat ook) dat
alle betrokkenen hun verantwoordelijkheid nemen en zo een niet langer
vrijblijvende bijdrage leveren aan een ‘gerechtvaardigd vertrouwen in
verantwoorde zorg’.
Bron: IGZ (2009). De vrijblijvendheid voorbij. Sturen en toezichthouden
op kwaliteit en veiligheid in de zorg. Staat van de Gezondheidszorg 2009.