16 juni 2010
Thuis
Langzamerhand gaat moeder zich thuis voelen op haar nieuwe plekje en vinden zij, mijn dochter en ik een ritme waarin we ons allemaal goed voelen. Een à twee keer in de week bezoekt mijn dochter mijn moeder en gaat dan met haar ‘boodschappen' doen. Dat komt neer op een bosje bloemen kopen en stiekem de boodschappen terugleggen die moeder allemaal pakt (koffie, melk, een lekker appeltaartje) maar die ze in haar woongroep niet nodig heeft.
In de weekenden ga ik óf naar moeder toe óf ik haal haar naar mijn huis. Altijd wil zij dan wat te doen hebben, dus ik spaar mijn schone wasgoed voor haar op, zodat zij dat kan vouwen. Ook het schoonmaken van de groenten voor het eten is een klusje dat ze graag van mij overneemt. Na het eten drinken we nog een kopje koffie en vervolgens breng ik haar terug naar haar huis. Een week of wat geleden zei ze, toen ze op haar etage uit de lift stapte: ‘zo, nu ben ik weer thuis'. Dat gaf mij een heel goed gevoel!
Medicijnen
Na de incidenten van maart en april, toen moeder een paar keer alleen de straat op is gegaan en zelfs een keer ‘zoekraakte' terwijl ze begeleid werd door haar eerstverantwoordelijke verzorgende, werd door de evv'er en de verpleeghuisarts geopperd om moeder kalmerende medicijnen te geven, zodat haar drang om naar buiten te gaan zou afnemen. Ik was daar uiteraard heel erg op tegen. Ik vind dat als dementerende ouderen de drang hebben om naar buiten te gaan, het de taak van de verzorgenden is om die ouderen op te vangen en af te leiden, belevingsgerichte zorg te bieden en de bewoners dusdanig op hun gemak te stellen dat het naar buiten gaan naar de achtergrond verschuift.
Na een aantal heftige, korte discussies die niet tot een bevredigende oplossing hebben geleid, kom ik de verpleeghuisarts tegen bij moeder. Zij stelt voor om de antidepressiva, die moeder al jaren gebruikt om de scherpe kantjes van haar verdriet wat weg te nemen, geleidelijk te stoppen. De bedoeling is, volgens de verpleeghuisarts, dat moeder niet somberder gaat worden (dat zullen de verzorgenden goed observeren en in het dossier van moeder noteren!), maar dat de drang om naar buiten te gaan wat minder wordt. De verpleeghuisarts heeft hierover met de huisarts overeenstemming bereikt. Ik sta even in dubio: aan de ene kant is het voor moeder goed om zo weinig mogelijk medicijnen te gebruiken, aan de andere kant voelt zij zich nu zo goed, is vaak vrolijk en geniet op haar manier van haar leven. Maar het feit dat zij niet meer alleen naar buiten kan weegt voor haar zwaar en als zij, door met de antidepressiva te stoppen, die drang minder zal ervaren vind ik dat een goede oplossing. Het gaat om de kwaliteit van leven van moeder, geef ik ook duidelijk aan de verpleeghuisarts aan.
Ik overleg met mijn man en dochter en we besluiten toestemming te geven om de antidepressiva geleidelijk te laten stoppen.