Weblog Hanneke Ikking 

18 januari 2010

 

Wennen aan het verzorgingshuis

 

Sinds een week of twee woont mijn moeder nu op de PG-afdeling van het verzorgingshuis. De eerste paar dagen kwamen wij er dagelijks, ook om haar te helpen met het verder inrichten van haar kamer. Ik zag dat ze dikke ogen had en vroeg of ze verdrietig was geweest. Als je aan moeder vraagt hoe het gaat zegt zij altijd: ‘Goed!', daarom stelde ik mijn vraag rechtstreeks. Moeder antwoordde dat ze 's nachts wel had liggen huilen, stiekem onder de dekens, omdat ze het zo erg vond dat ze uit haar oude huis was weggehaald. Ze had dit aan niemand verteld, en zou het mij ook niet verteld hebben als ik er niet naar gevraagd had.

Vóór haar verhuizing gaf moeder aan dat het voor haar beter zou zijn om meer onder de mensen te komen. Ze ‘vereenzaamde', zei ze zelf. Nu woont ze in een verzorgingshuis, op een kleinschalig wonen unit, met zes andere mensen. Maar die mensen zijn allemaal minder goed dan moeder, veel wordt er niet met elkaar gesproken en de verzorgenden hebben weinig tijd om met de cliënten gezellige dingen te doen: de zorg gaat voor.

Dit alles heeft tot gevolg dat moeder hele dagen op haar kamer zit, er alleen uitkomt voor de gezamenlijke maaltijd, en veel, heel veel rookt. Er is een contactverzorgende, die snel contact weet te maken en ook ziet dat moeder graag helpt en ingeschakeld kan worden als er hulp nodig is. De andere medewerkers zijn allemaal aardig, maar nogal geïnstitutionaliseerd: ze dekken de ontbijttafel 's avonds al (is makkelijk voor de ochtenddienst) en hebben bij alle cliënten dezelfde benadering.

Voor mij als verpleegkundig specialist ouderen is het moeilijk om dit te zien en er niet meteen wat van te zeggen.

 

Pneumonie

Wel zeg ik tegen de contactverzorgende, als moeder een paar dagen hoest: ‘weet je nog wat ik gezegd heb bij de opname, zou je de huisarts in willen schakelen?'

De contactverzorgende sputtert eerst wat tegen - ‘uw moeder heeft geen koorts'- maar op mijn aandringen wordt toch de nieuwe huisarts gebeld. In eerste instantie schrijft die alleen verdubbeling van de dosering seretide voor, ook omdat ik tegen de contactverzorgende heb gezegd dat dat een van de onderdelen was van het beleid van de oude huisarts wanneer moeder een pneumonie kreeg. De andere twee waren starten met antibiotica en prednison. Maar goed, iedere huisarts heeft natuurlijk haar eigen ervaring en beleid.

Na twee dagen is er wel koorts: 39 graden. De huisarts komt weer en dan krijgt moeder eindelijk de antibiotica waar ik bij de eerste verschijnselen al op aangedrongen had.

Gelukkig gaat het snel weer beter. De verdubbeling van de seretide blijft een paar weken doorgaan; als ik vraag of de huisarts nog geweest is om te controleren of de longen nu schoon zijn krijg ik een onduidelijk antwoord.

Het is voor mij, merk ik, heel moeilijk om de zorg voor moeder over te geven en vertrouwen te krijgen in de mensen in het verzorgingshuis. Ik moet ze ook de kans geven om mijn moeder te leren kennen, dat begrijp ik heel goed, maar hoe assertief kan ik zijn? Als mantelzorger en als verpleegkundige ben je in mijn ogen dubbel de advocaat van de zieke, zeker als die niet meer goed voor zichzelf kan opkomen.

 

Hanneke Ikking

 

  • Reageer op deze weblog via de redactie
  • Naar overzicht weblogs Hanneke
  •  

     


    © Reed Business BV. Auteursrechten voorbehouden. Op deze site zijn de volgende regelingen van toepassing:
    Privacystatement | Gebruiksvoorwaarden | Colofon | Proefabonnement | Losse nummers