18 maart 2010
Wonen in het verzorgingshuis
Inmiddels woont moeder al weer een paar maanden op de kleinschalige woonunit van het verzorgingshuis. Ze begint te wennen aan de dagelijkse gang van zaken en past zich daarbij aan als zij dat wil. Dat betekent dat ze nog steeds veel op haar kamer zit en niet vaak meedoet aan activiteiten. Gymnastiek doet ze wel, een keer per week een uurtje, dat vindt ze erg leuk.
Mijn dochter en ik bezoeken haar om de beurt, twee tot drie keer per week, en nemen haar dan mee naar buiten. Voor moeder is het heerlijk om even een frisse neus te halen, zoals zij dat noemt, en tegelijkertijd loopt ze dan 20 tot 30 minuten aan een stuk. Goed voor haar lichamelijke conditie!
Moeder vindt het heerlijk om er even ‘uit te zijn'; in haar oude omgeving ging zij dagelijks een rondje lopen met haar rollator, meestal naar het winkelcentrum dat dicht bij haar huis was.
Als ze zelfstandig naar buiten wil moet ze met de lift en die heeft een code die ze niet kan onthouden. Ze kan dus niet zelfstandig naar buiten.
Autonomie
Op een middag toen ik net even lag te rusten vanwege mijn rugklachten, belde ze in paniek op. ‘Nou mag ik de straat niet op van de zusters, dat kan toch niet!' riep ze. ‘Ik voel mij hier opgesloten en dat wil ik niet, dan loop ik weg hoor!' Ik voelde mij erg schuldig en kon haar door de telefoon niet kalmeren. Ik heb toen naar de verzorgende gevraagd en die vertelde mij dat moeder een pakje sigaretten wilde gaan kopen, want die waren bijna op. Als moeder niet constant een voorraadje van twee pakjes sigaretten op haar kamer heeft, wordt ze onrustig en wil nieuwe gaan halen. Niet iedere verzorgende is het er mee eens dat moeder zo veel rookt en sommigen proberen haar dan ook te laten minderen. Dat doen ze door moeder te laten wachten als ze om een nieuw pakje vraagt uit de voorraad die ik iedere week aanvul. ‘Dat werkt dus niet bij moeder', zeg ik, ‘ze is dement weet je wel? En bovendien, haar longen worden toch niet meer beter.'
Hoe het met de autonomie van moeder zit heb ik maar even niet aangekaart. En dat het gaat om de kwaliteit van leven in plaats van de kwantiteit, daar heb ik het ook maar niet over gehad.
Ik vraag moeder weer terug aan de lijn. Die is ondertussen alweer wat gekalmeerd. 's Avonds ga ik samen met mijn man even bij haar langs, om te zien hoe het nu is en om nieuwe sigaretten te brengen. Moeder is blij verrast ons te zien en heeft het nergens meer over. Ze ziet er ook niet onrustig of nerveus uit. Dat is dan weer een zegen als je Alzheimer hebt: veel dingen vergeet je weer snel.
Hanneke Ikking