1 mei 2010
Zorgen om de zorg!
Sinds februari is er een aantal incidenten in de zorg voor mijn moeder geweest waar ik mij als verpleegkundige voor schaam en waarvan ik als mantelzorger alleen nog maar meer zorgen krijg.
Eerst vergat de huisarts uit te zoeken welke medicijnen moeder moet hebben in plaats van de Parlodel die zij voor haar acromegalie kreeg. Daar kom ik 14 dagen na het MDO achter, omdat ik aan de eerstverantwoordelijke verzorgende vraag welke medicijnen mijn moeder nu krijgt en de evv'er het niet weet. Ik ga er zelf achter aan, bel de specialist in het AMC en twee weken later belt de huisarts mij op, biedt zijn excuses aan en vertelt dat moeder is gestart met een ander soort medicijnen.
Delier?
Daarna, in de eerste week van maart, is moeder ziek. Gelukkig heb ik een paar dagen vakantie, dus kan ik veel naar haar toe. Zij heeft veel gebraakt, heeft ernstige diarree en ligt slap en beroerd in haar vervuilde bed. Ik help haar met douchen, verschoon haar bed en vraag aan de verzorgende die dienst heeft of moeder extra drinken kan krijgen en of zij haar wil temperaturen. Moeder heeft geen koorts, dus er wordt geen alarm geslagen. De volgende dag word ik gebeld door de verzorgende, dat de huisarts is geweest in verband met de medicijnen en dat moeder helemaal nagekeken is en niets mankeert. Op mijn vraag zegt de verzorgende dat moeder nog niet wil eten en weinig drinkt.
Die nacht belt moeder ons om kwart over twee wakker, helemaal in de war. Wij weten haar gerust te stellen, maar zelf ben ik helemaal niet gerust. Alle alarmbellen gaan rinkelen, DELIER, denk ik als verpleegkundige, door uitdroging en ondervoeding. 's Morgens bel ik de afdeling en hoor dat moeder haar hele linnenkast heeft leeggehaald en haar bed heeft afgehaald, want zij dacht dat zij ging verhuizen. Een arts is er niet gebeld, moeder is nu toch rustig? Ik bel de huisarts en sta er op dat er iemand komt omdat er sprake is van een dreigend delier. Als ik aankom zit moeder in de stoel, ze is net onderzocht door de dienstdoende huisarts. Hij zegt geen tekenen van een delier te zien, maar dat hij voor de zekerheid haar urine na laat kijken. Moeder heeft wel grote onrustige ogen, zie ik als mantelzorger. Ik zeg de arts dat ik er op sta dat alle communicatie over mijn moeder via mij gaat. Dat ik, met alle respect, geen vertrouwen in de verzorging heb: er ontbreekt kennis. Ik zeg ook dat ik hbo-opgeleid verpleegkundig specialist ouderen ben.
Moeders bovenlip zit strak over haar bovenkaak, en de hele middag geven mijn dochter en ik haar kleine beetjes drinken, waar zij maar zin in heeft.
De volgende dag vraag ik aan de dienstdoende verzorgende of de urine al nagekeken is. Die blijkt al een paar uur in een po klaar te staan om een stickje in te doen. Als ik vraag of zij moeder eens willen wegen, zegt zij dat alleen 's morgens te kunnen doen, als de cliënten gewassen worden. Moeder is wel weer gaan eten en drinken, maar extra drinken, nee daar hebben zij niet aan gedacht. ‘Mevrouw eet en drinkt toch weer?' Twee dagen later is duidelijk dat er geen urineweginfectie is en is moeder ook gewogen. Ze is in een week tijd ruim 4 kg afgevallen, van 51 naar 46,7 kg.
Zoek
In de weken daarna krijg ik drie keer een telefoontje dat moeder alleen naar buiten is gegaan. De eerste keer is zij alleen teruggekomen en heb ik op de dag zelf niets gehoord. De tweede keer belt de verzorging mij op. Zelf ondernemen ze niets, ze bellen de familie en daar houdt het mee op. Net als wij op het punt staan om naar het verzorgingshuis toe te gaan word ik gebeld dat zij weer terecht is.
De derde keer is de evv'er mee naar buiten gegaan, om samen boodschappen te doen. Bij Albert Heijn heeft zij moeder uit het oog verloren en die heeft buiten niet op haar gewacht. Drie kwartier nadat de evv'er moeder is kwijtgeraakt belt zij mij op mijn mobiel: weer wordt het probleem bij de familie gelegd. We gaan zoeken, het is inmiddels 16.30 uur. Het verzorgingshuis doet niets.
Twee uur later is moeder nog niet gevonden. Mijn man, dochter en ik en de politie weten niet meer waar we moeten zoeken, het wordt donker... Dan krijg ik een telefoontje van een verzorgingshuis aan de andere kant van Amsterdam. Zij hebben moeder gevonden, mijn vaste en mijn mobiele nummer stonden op een sticker op haar rollator. Als wij moeder ophalen met de auto is zij doodop van de lange wandeling door Amsterdam in de avondspits en van de spanning. Dochter huilt dikke tranen en mijn man is verschrikkelijk boos!
En ik, ik ben natuurlijk ontzettend blij dat mijn moeder weer terecht is. Maar tegelijkertijd - en nog steeds - ben ik boos en ik schaam mij omdat het tot nu toe, ondanks mijn aandringen, in het verzorgingshuis niet besproken is en de problemen nog steeds bij mijn moeder neergelegd worden. Ik schaam mij voor mijn prachtige beroep, waarin je, met de kennis die daarvoor nodig is, zoveel kunt betekenen voor psychogeriatrische patiënten en hun mantelzorgers. Maar de zorg voor deze categorie patiënten is hoogcomplex, of ze nu thuis wonen of in een verzorgings- of verpleeghuis. En niet iedereen kan die zorg geven, hoe goed men het ook bedoelt.
Schaamte
Ik schaam mij en denk: hoe lang laten wij, verpleegkundigen en verzorgenden, dit nog doorgaan? Welke landelijke visie op ouderenzorg is er en welk beleid gaat uit van die visie en wordt uitgedragen? Is dat een visie van bezuinigen, want er zijn zoveel ouderen afhankelijk, laten we nog wat meer de mantelzorg inschakelen, en och, dat signaleren en observeren en dat medicijnen geven dat kan de goedwillende buurvrouw ook, dus daar hoeven wij geen verpleegkundige indicatie voor af te geven?
Wanneer zeggen wij: ‘En nu is het genoeg, nu gaan wij zorgen dat onze patiënten echt die zorg krijgen die zij nodig hebben en de mantelzorgers zich ondersteund voelen en vertrouwen op onze goede zorg?'
Voorlopig word ik er alleen maar heel moe en heel verdrietig van en heb ik er sinds mijn moeder in een verzorgingshuis verblijft, nog veel meer zorgen bij gekregen!
Hanneke Ikking