7 juli 2009
De zorg voor dementerende ouderen is complex tot hoogcomplex, maar helaas wordt door het CIZ niet het niveau van medewerkers geïndiceerd die die zorg ook kunnen geven. Dat leidt tot allerlei narigheid voor de zorgvrager en de mantelzorg zoals mijn moeder en ik ervoeren.
De reden waarom ik ongeveer twee jaar geleden hulp heb gevraagd van de thuiszorg was in eerste instantie het bewaken van het medicijngebruik van mijn moeder. Ik had al eerder een weekmedicijndoos gekocht die ik voor moeder vulde. Zij wist zelf vaak niet meer of ze haar medicijnen wel ingenomen had en ik merkte ook dat ze die niet meer uit elkaar kon houden. Het gebruik van die medicijndoos beviel haar goed.
Toen ik op vakantie zou gaan besloot ik de hulp van de thuiszorg in te roepen, zodat het vullen van de weekdoos door kon gaan en er tegelijk een professional één keer per week bij moeder langs zou gaan.
Later, een paar maanden nadat de thuiszorg de medicatiebewaking over had genomen, heb ik contact gezocht met de casemanager dementie omdat mijn moeder steeds slechter ging eten en vermagerde. Ik had gemerkt dat ze vaak niet meer kookte en dat haar eten stond te beschimmelen in de koelkast. Ze deed wel boodschappen voor de warme maaltijd, maar die werd niet meer bereid, dus ook niet gegeten. In overleg met de casemanager werd besloten de indicatie voor moeder uit te breiden met het toezicht op en eventueel ondersteunen bij het bereiden van de warme maaltijd.
Iedere avond gaat er dus een thuiszorgmedewerker naar mijn moeder toe. Op een avond gaat de telefoon terwijl mijn man en ik zitten te eten. Het is de thuiszorgmedewerker die die avond bij mijn moeder is. Ze heeft problemen met moeder, die wil niet dat zij zich bemoeit met het eten. ‘Uw moeder is moeilijk hoor, moeilijk!!!!' hoor ik haar zeggen. Moeder staat ernaast en haar hoor ik roepen: ‘ik ben helemaal niet moeilijk, je moet je gewoon nergens mee bemoeien, ik kan het heus wel zelf!' Voor moeder is het natuurlijk afschuwelijk om iemand tegen je dochter te horen roepen dat je zo moeilijk bent, terwijl je in je eigen beleving juist heel gemakkelijk bent, als men je je gang maar laat gaan.
Voor mij als mantelzorger en als verpleegkundige was dit voorval heel verdrietig, vooral ook omdat ik weet hoe dementerenden wél professioneel en respectvol ondersteund kunnen worden.
Aan de thuiszorgmedewerker heb ik gevraagd mij later op de avond terug te bellen. Moeder heb ik even later ook gebeld, haar haar verhaal laten doen en uitgelegd waarom de thuiszorgmedewerker iedere avond komt. Dit is volgens haar natuurlijk helemaal niet nodig, ik maak mij echt veel te veel zorgen, haar ‘kacheltje wordt echt wel gevuld' zoals zij altijd zei en nog steeds zegt. ‘Die mevrouw moet zich gewoon nergens mee bemoeien, ze komt binnen en gaat gelijk in de pannen kijken en dat hoort toch niet?'
De thuiszorgmedewerker heb ik uitgelegd dat moeders gedrag bij haar ziektebeeld hoort en dat ik van haar verwacht dat ze met dit gedrag om kan gaan. Ook heb ik haar gevraagd mij bij een volgende gelegenheid niet te bellen waar mijn moeder bij staat, maar tien minuten later, als ze weer weg is bij moeder. Tenzij er natuurlijk iets acuuts aan de hand is!
Hanneke Ikking