Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

‘Experiment bekostiging wijkverpleging gaat niet ver genoeg’

Gerben Stolk
Gerben Stolk
Het experiment per 2022 met andere bekostiging van de wijkverpleging is een stapje in de goede richting, maar doet nog lang geen recht aan het vak. Dat zegt Marjolein Zilverentant.
FOTO: DGLimages / Getty Images / iStock

Niet de verleende zorg, maar het cliëntprofiel is leidend in de financiering van de wijkverpleging. Dat is de kern van het experiment dat volgend jaar van start gaat. ‘Alles is beter dan de huidige situatie, maar nog steeds wordt vanuit een verkeerd perspectief naar de wijkverpleging gekeken’, reageert Marjolein Zilverentant. ‘Zie wijkverpleging als een investering in de volksgezondheid en niet als een kostenpost.’

Perverse productieprikkel

Zilverentant is ruim dertig jaar wijkverpleegkundige, voormalig voorzitter van de V&VN-vakgroep wijkverpleegkunde én sinds begin dit jaar lid van het Expert Netwerk Verpleegkunde. Over de huidige financiering zegt ze: ‘Het principe van uurtje factuurtje past niet bij de wijkverpleging. Het is een perverse productieprikkel, we worden als productiemedewerkers gezien. Het is dus goed dat daarvan wordt afgestapt.’

‘Máár’, vervolgt ze, ‘er zijn kanttekeningen te plaatsen bij het experiment voor de komende vijf jaar. Een wijkverpleegkundige moet straks cliëntprofielen vaststellen. Daaruit vloeit de financiering voort. Je bepaalt iemands profiel aan de hand van vijf vragen over cliëntkenmerken. Maar uit onderzoek is gebleken dat je op die manier slechts voor maximaal 25 procent de zorgvraag kunt voorspellen. Al langer weten we dat je met de doelgroepen waarmee zorgverzekeraars werken voor maximaal tien procent de zorgzwaarte kunt voorspellen. Wijkverpleging is maatwerk en kent een grote variëteit. Met standaardisatie ga je dan in principe altijd mank.’

Populatie

Een ander kritiekpunt van Zilverentant is dat in het experiment wijkverpleging opnieuw wordt gefinancierd op basis van zorg en individu in plaats van volksgezondheid en populatie.

‘Wéér die perverse productieprikkel’, zegt ze. ‘Van oorsprong is wijkverpleging publieke gezondheidszorg, gericht op het verbeteren van de volksgezondheid en dus met een grote rol voor preventie. In onze tijd geven de vele pandemieën aanleiding tot deze benadering. Denk alleen maar aan obesitas en diabetes mellitus type 2. In mijn tijd bij de V&VN-vakgroep wijkverpleegkunde hebben we dan ook gepleit voor populatiebekostiging, maar dan zie je zorgaanbieders en -verzekeraars in de kramp schieten. Ze willen graag grip houden op de kosten en aan volumebeheersing doen. In Nederland draait het om symptoombestrijding: we zien een probleem bij een persoon en gaan zorg geven. Daar is de huidige financiering eigenlijk ook op gebaseerd: op individuele zorgzwaarte en de daarbij horende kosten. Terwijl het effectiever zou zijn om meer in te zetten op collectieve zorg en gerichte preventie in bijvoorbeeld een wijk waar veel mensen obesitas hebben. Dertig jaar geleden, toen voor wijkverpleging nog populatiebekostiging gold, gaven we betere zorg en minder zorg.’

Urgentie

Zilverentant voegt eraan toe dat met deze zienswijze kan worden ingespeeld op huidige ontwikkelingen. ‘De dubbele vergrijzing, de vele zorg die wordt verplaatst naar de eerste lijn, het gebrek aan personeel en deskundigheid in de wijkverpleging. De urgentie is hoog om de zorgvraag te verminderen. Preventie is daarvoor essentieel. Het experiment met andere bekostiging van de wijkverpleging helpt ons een klein stukje vooruit, maar brengt ons niet waar we willen zijn, omdat het niets zegt over de kwaliteit én de essentie van wijkverpleging: de volksgezondheid bevorderen.’

Expert Netwerk Verpleegkunde

Het Expert Netwerk Verpleegkunde is een netwerk van en voor (ex-)verpleegkundigen, met als doel kennis te delen. Het netwerk stimuleert verpleegkundigen en experts om in contact te komen en elkaar zo te inspireren en te helpen. Het ENV is een gezamenlijk initiatief van TvZ en Nursing.