GGZ neemt afscheid van mensen met dementie

De invoering van de Wet zorg en dwang biedt de verpleeghuissector een kans, schrijft Arie Berg, verpleegkundig specialist ggz.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Sinds mensenheugenis, in elk geval sinds de invoering van de Krankzinnigenwet in 1884, gaan psychiaters en de psychiatrie over gedwongen opname van ‘geesteszieken’. Ook de Wet Bopz, die tot voor kort van kracht was, liet daar geen twijfel over bestaan. 1 De uitvoeringsorganisatie voor gedwongen opname was aanvankelijk het algemeen psychiatrisch ziekenhuis (APZ) en voor het ambulante deel de sociaal-psychiatrische dienst (SPD) van de gemeentelijke geneeskundige dienst (GGD). Later werd dit onderdeel van de Regionale Instelling voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg (RIAGG), die vervolgens met het APZ fuseerde tot de GGZ-instellingen zoals wij die nu kennen. Psychiaters en sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen (SPV) zijn daarbinnen de belangrijkste uitvoerders.

Nieuwe splitsing

Met de invoering van nieuwe wetgeving voor gedwongen behandeling en opname in januari 2020 is een nieuwe splitsing ontstaat tussen patiëntengroepen binnen de psychiatrie. Voor patiënten met dementie of een verstandelijke beperking is er de Wet zorg en dwang (Wzd).2 Voor alle overige psychiatrische stoornissen werd de Wet verplichte ggz (Wvggz) van kracht.

Steeds meer GGZ-instellingen in het land geven aan de Wzd niet te gaan uitvoeren. Die richten zich uitsluitend nog op de Wvggz. De belangrijkste reden daarvoor is dat binnen de Wzd niet meer de psychiater nodig is om gedwongen behandeling tot stand te brengen. Bij dementie kan de specialist ouderengeneeskunde dit doen. Daarmee neemt de psychiatrie afscheid van de zorg voor mensen met dementie, inclusief de gedwongen zorg die daarbij soms nodig is. Die zorg wordt overgelaten aan de verpleeghuissector. Deze wordt daarmee overvallen en reageert afwerend. Toch biedt het ook kansen.

Ouderenpsychiatrie

Tot de invoering van de Wzd ontfermde de GGZ zich ook over patiënten met dementie en verwante neurocognitieve stoornissen, vooral binnen de ouderenpsychiatrie. Dementie is ook een in de DSM-5 geclassificeerde psychiatrische stoornis.[1] Vaak was de inzet van de GGZ van korte duur en beperkte omvang, louter omdat gedwongen opname binnen de Wet Bopz uitsluitend via beoordeling door een psychiater tot stand kon komen. Dan vormde een beperkt onderzoek van de omstandigheden van de patiënt, beoordeling van gevaarscriteria, het opmaken van een geneeskundige verklaring (GV) en het regelen van een verpleeghuisbed de enige interventie.

Sommige GGZ-instellingen maakten daar meer werk van. Ze boden onderzoek en behandeling bij gedragsproblemen samenhangend met neurocognitieve stoornissen. Dit deden ze dan vooral bij meer complexe beelden, soms ook in combinatie met andere – comorbide – psychiatrische stoornissen. Dit gebeurde inclusief de bemoeizorg die daarbij soms nodig is vanwege zorgmijding of -weigering.[1] In veel gevallen lukte het SPV-ers daar om een aanvraag voor een gedwongen opname (RM) om te buigen naar passende zorg op vrijwillige basis. Aan die praktijk van specialistische bemoeizorg lijkt een eind te komen, nu de GGZ die patiëntengroep gaat afstoten.

 Ambulante praktijk

De verpleeghuissector is inmiddels drukdoende de Wzd te implementeren en richt zich daarbij vooralsnog op de interne praktijk: de onvrijwillige zorg aan mensen met dementie binnen de instelling. Als gevolg van de stellingname van de GGZ om de Wzd niet te gaan uitvoeren, wordt het urgent dat deze wet ook voor de ambulante praktijk zal gelden: in de thuiszorg die veelal aan de verpleeghuissector verbonden is. Dit plaatst de sector voor het vraagstuk óf daarin kan worden voorzien en vervolgens op welke manier.

Veel reserve

Zowel de Wvggz als Wzd is bedoeld om de kwaliteit van zorg te verbeteren en dwang en drang terug te dringen. Waar de Wet Bopz primair een opnamewet was, biedt de nieuwe wetgeving veel meer mogelijkheden tot ambulante dwang. Omdat echter veel onduidelijk is over de uitvoeringspraktijk, denk aan de verantwoordelijkheden, deskundigheden, risico’s en ook de financiering, is er binnen de verpleeghuissector veel reserve om de afgestoten taken van de GGZ over te nemen. Dat is ook geen sinecure. Zo becijferde de Raad voor de Rechtspraak dat in vijf jaar tijd het aantal gedwongen opnames van 80-plussers met bijna een kwart is toegenomen, tot 2000 in 2018.

Als niet wordt tegemoetgekomen aan de terechte zorgen van de verpleeghuissector, is de kans groot dat de Wzd in 2020 niet wordt ingevoerd in de ambulante praktijk. Terwijl dit juist zou kunnen betekenen dat mensen met dementie, ook als er risico’s aan kleven, langer thuis kunnen blijven. Dat er bemoeizorg kan worden ingezet en geëxperimenteerd kan worden met vormen van ambulante dwang, die onder de Wet Bopz nog geen wettelijke grondslag hadden, maar onder de Wzd wel.

Kans

Deze ontwikkeling biedt de verpleeghuissector ook een kans. Een kans om verantwoordelijkheid te nemen voor álle zorg rond mensen met dementie. Ook de bemoeizorg en de soms noodzakelijke zorg onder dwang, ook ambulant, die daarbij nodig is. Daar kan de sector dan zelf regie over voeren, zonder tussenkomst van de GGZ. Mits dit gebeurt onder de juiste condities.

Arie Berg, verpleegkundig specialist ggz
Reageren: arie.berg@zorggroepsolis.nl

Referenties

  1. Wet Bijzondere Opneming in Psychiatrische Ziekenhuizen
  2. En enkele daaraan verwante neurocognitieve stoornissen als M. Korsakov en Huntington
  3. Al wordt het begrip dementie in de DSM-5 niet meer als zodanig genoemd.
  4. Bemoeizorg is zorg die (nog) niet wordt gewenst of verdragen maar wel noodzakelijk is.